Excursie van de Stichting Utrechtse Kastelen
op 21 september 2024
Na Goudestein, Doornburgh, de huizen Landfort en Wisch, Havezate de Leemcule
en Kasteel Rechteren ging de SUK op 21 september op bezoek bij Huis te
Linschoten en Huis te Jaarsveld.
Op deze laatste zonovergoten dag in september werden wij verrast door opnieuw
twee pareltjes die ons land rijk is.
Om 10.00 uur in de ochtend werden wij door de tuinbaas van Huis te Linschoten
opgehaald op de parkeerplaats, waarna een korte wandeling volgde richting het
Huis. Onderweg kregen we al uitleg bij enkele boerderijen en woningen, die
behoorden bij het landgoed.
Aangekomen bij de grote toegangspoort doemde in de verte het Huis te Linschoten
op, badend in het zonlicht.
Op het door Johan Strick (de latere burgemeester van Utrecht) in 1628 aangekochte
landgoed werd het huidige landhuis gebouwd.
Nadat dit ruim 200 jaar in dezelfde familie bleef erfde Elisabeth barones von Arnim
het huis. Maar dat was niet voor lange duur, want in 1891 kocht de Utrechtse
sigarenfabrikant Ribbius Peletier het landgoed. Deze aankoop was eigenlijk voor zijn
zoon Gerlach om hem gunstiger te stemmen voor het familiebedrijf, maar het
tegendeel was het gevolg. Hun relatie werd hierdoor nog moeizamer. De oude
tabakshandelaar zelf bleef aanvankelijk in Utrecht wonen, maar kwam toch
permanent op Linschoten vanaf 1895 tot zijn dood in 1901. De laatste eigenaar
(Gerlach) overleed kinderloos in 1969 en al vóór de Tweede Wereldoorlog
had hij het landgoed in een Stichting ondergebracht.
Het Huis is al ruim 100 jaar niet meer bewoond en wordt tegenwoordig vooral nog
gebruikt voor kleine huisconcerten (2x per jaar) en is te bezichtigen tijdens open
monumentendag (1x per 2 jaar).
Een hartelijke ontvangst volgde door de tuinbaas en zijn vrouw (die tevens
collectiebeheerder is) en door de huisbewaarder, die binnenkort haar intrek neemt in
de daarvoor bestemde woning nabij de toegangspoort.
Uiteraard was er eerst koffie met overheerlijke appeltaart, waarna wij in drie groepen
de tuin, het voorportaal en het huis gingen bekijken (zie bijgaande foto's).
Het Huis zelf, bijna vierkant van vorm, kenmerkt zich door de twee hoektorens, die
vanuit 'n vierkante vorm overgaan in een achtkantige. De veranderingen aan het huis
zijn ook goed te zien op de schilderijen in het huis zelf.
De oorspronkelijke ophaalbrug is vervangen door een vaste brug. Het kleine
Zocherbrugje, links van de vaste brug, is een lust voor het oog.
Op het dak een leistenen zonnewijzer met het jaartal 1647.
Een bijzonder element in het huis zijn 2 vroeg 19e eeuwse stenen kachels,
zogenaamde 'Zeister aarden kachels' uit het atelier van E.C. Martin.
Wetenswaardigheid: Martin was een hernhutter en lid van de Evangelische
broedergemeente die op Slot Zeist gevestigd was.
Het was bijzonder om de afbeeldingen te zien van het duizend jaar oude zwaard dat
recentelijk is gevonden op het landgoed.
Ook het Koetshuis (met de knik in het dak vlakbij de goot) en de Duiventoren
ontbraken niet.
Het geheel wordt omgeven door het prachtige Parkbos, waar de laatste Ribbius
Peletier in 1920 een arboretum aanlegde. Naast bijzondere bomen werden hier ook
inheemse soorten geplant, zoals de Japanse notenboom, Honingboom en
Moerascypres. Al met al een leerzame ochtend met veel indrukken, waarna het de
hoogste tijd was voor afscheid nemen met een dankwoordje door onze voorzitter en
het overhandigen van een presentje.
Terugwandelen naar de parkeerplaats alwaar onze tocht werd voortgezet naar het
nabijgelegen Huis te Jaarsveld.
Daar, aan de noordzijde van de Lek, doemt het bijzondere Huis op, waar wij
allerhartelijkst werden ontvangen door de huidige eigenaar/bewoner (mr. Joris J.P.
Huijsmans). Een lunch stond voor ons klaar, uiteraard vergezeld van huisgemaakte
landgoedsap; daar kom ik later nog op terug.
Ook hier werd de groep gesplitst: in twee delen.
Eén groep ging met de tuinbaas mee en de andere, waaronder ikzelf, ging on tour in
het Huis.
Voordat we echter het huis betraden zagen we aan de achterzijde van het koetshuis
op de muur een verkleuring. Volgens Joris was hier vroeger het 'gemak' (de WC)
gevestigd.
In het koetshuis werden wij verrast door een bijzonder aandrijfsysteem voor de
buitenklok op de gevel. Dit systeem wordt 2x daags op een bijzondere wijze, met
veel kabaal, geijkt met de wereldtijd.
De bevlogenheid van Joris blijkt wel uit zijn slogan: "alles wat ik heb moet ook echt
functioneren" (citaat). De diversiteit van kamers en inrichting laten zien hoe kleuren
en kunst samen kunnen gaan. Overigens, Joris heeft dit ensemble in zes jaar tijd met
héél veel liefde, kracht en doorzettingsvermogen weten te realiseren. Dat het wel
moet zijn, zoals hij zelf wil, blijkt wel uit het feit dat hij foto's heeft gemaakt in zijn
eigen salon van de wijze waarop de kussens op de banken zijn gedrapeerd. Dit voor
het personeel om alles, na schoonmaak, weer in de gewenste staat terug te brengen.
Eén van de kamers, die ook dienst doet als trouwkamer, heeft een mooie inrichting met
passende kleuren. Een heerlijke plek om elkaar het ja-woord te mogen geven.
Een andere ruimte, waar misschien wel de bruiloftsgasten van hun diner kunnen
genieten en waar de tafels gedekt waren, was een lust voor het oog. Ook hier was
het een mooie compositie van kleuren en smaak.
De keuken herbergde een mooie, koperen pannenset.
Wat te denken van overnachten in de Landgoed Residenties, zoals de Koetshuis
Loft, de Appel Loft en de Cottage; allen prachtig ingericht maar ook voorzien van
modern comfort.
Vanuit het huis gingen wij met de tuinbaas mee om een stukje van het landgoed te
ontdekken. Prachtig gelegen aan de Lekdijk met het kerkje van Jaarsveld op de
achtergrond. In de tuin waren enkele overblijfselen te zien van het oude Kasteel
Veldenstein, denk aan een grote kanonskogel en zogenoemde kloostermoppen
(grote stenen). Voor de rest van het kasteel geldt dat het deels onder de grond ligt en
deels voorgoed is verdwenen, nadat de Fransen het in 1672 plunderden en er de fik
in staken.
Ook bij Huis te Jaarsveld waren er, net als bij Huis te Linschoten, zichtlijnen te zien
die het landgoed diepte en uitstraling geven. In de waterpartij, voorzien van
bruggetjes en een fontein, dreven 2 witte en 2 zwarte zwanen in alle rust; een genot
om te zien.
Halverwege de middag kwamen wij weer samen bij het hoofdgebouw, waar afscheid
werd genomen en na aankoop van landgoedsap en zelfgebottelde Appels met Peren
drank (een Au de Vie van 40%) uit de landgoedwinkel togen wij huiswaarts, moe
maar bovenal een mooie ervaring rijker!